Als kind had ik vaak het gevoel dat ik anders was. Pas veel later in mijn leven ontdekte ik dat anders zijn eigenlijk heel normaal is.
Al op jonge leeftijd voelde ik dat ik anders was. Zoals ik bij veel dingen deed, probeerde ik daar een verklaring voor te vinden. Ik had ergens gehoord dat er kinderen waren met een extra chromosoom en dat zij daarom “anders” waren. In mijn kinderlogica dacht ik: misschien hoor ik daar dan bij. Toen ik dit met mijn ouders deelde, bleek dat niet de reden te zijn waarom ik me zo voelde.
Ik bleef zoeken. En in mijn kinderbrein kwamen daar soms hele creatieve, maar ook beangstigende, ideeën uit voort. Zo fantaseerde ik dat alle andere mensen op de wereld misschien wel robots waren, en ik de enige echte mens. Dat idee voelde vooral eng en eenzaam.
Op de basisschool was ik een teruggetrokken, stil kind. Ik had vaak buikpijn, weinig vrienden en ging eigenlijk niet graag naar school. Mijn strategie was simpel: zo onzichtbaar mogelijk zijn. Dat viel de leerkrachten wel op, maar er werd weinig mee gedaan. En eerlijk is eerlijk: ik veroorzaakte geen overlast.
Juist dát is één van de redenen waarom ik kindercoach ben geworden.
Omdat stilte ook een signaal is.
Omdat kinderen die zich aanpassen, terugtrekken of onzichtbaar maken óók gezien moeten worden.
Omdat elk kind het recht heeft om gehoord te worden, ook als het niet schreeuwt om aandacht.
Anders zijn is geen afwijking.
Het is een variatie.
En soms heeft een kind gewoon iemand nodig die écht luistert.
Reactie plaatsen
Reacties